De Bezielde Tuin

De Ambrosiusbiet, voeding voor bijen in de winter?!

Ambrosiusbiet *)

Bijen krijgen tekort honing als het volk verarmd is door zwerven of omdat het te koud was waardoor de bloemen geen nektar loslieten, dan wel omdat het te koud voor de bijen was om te vliegen.
In zo’n geval voert men de bijen bij met een suikeroplossing. Witte bietsuiker (sacharose, voorheen invertsuiker) is chemisch zuiver. Het bevat weliswaar geen negatieve stoffen, maar naast de “brandstof” geen voeding wat wel in nektar, honing en vooral in pollen voorkomt.
Ik zie de bijen van de buren in het voorjaar vaak drinken van de septietank dat in ons hydrofilter (sloot + grote vijver) stroomt. Daar gril ik van, maar buurman Yngve vertelde dat de bijen zo hun mineralen tekorten aanvullen …. Dat zou anders moeten. Dus dacht ik als nu een suikerhoudend vocht mèt mineralen e.d. mogelijk is en ik dacht dus direkt aan de suikerbiet, de bron van de geraffineerde witte bietsuiker.

Voor ons mensen rooft suiker ons van mineralen als kalk (calcium) en magnesium wat uit de snelste bron, ons beendergestel, wordt gehaald. Daarbij is voor de omzetting van suiker vitamine B1 (Thiamine) nodig. In natuurlijke produkten met natuurlijke suikers komen deze mineralen en vitamine voor maar het witte suiker is naast kristalwater, chemisch zuiver en pleegt roofbouw op ons lichaam.

Het metabolisme van de bij is te verwachten totaal anders. Maar met nektar voor ogen is ook hier suiker geen bron van mineralen en anti-oxidanten. Zo totaal arm als witte bietsuiker is, zo uiterst rijk suikerbietensap.

Zelf heb ik veel suikerbietensap met de sapcentrifuge gemaakt om bietstroop te maken. Het verbaasde me keer op keer hoe snel je zo’n biet in repen kan snijden en snel het bietensap uit de centrifuge stroomt.

Hoopte eens aan het bietenras Hilleshögte te komen voor dit doel. Dit ras ken ik nog toen ik op de Lagere Land- en Tuinbouwschool te Julianadorp zat. Bij de school hoorde een hele grote proeftuin, zeg maar akker van enkele hectaren, met allerhande gewassen van aardappelen tot Oost-Indische kers zaadteelt en dus ook een akker suikerbieten van het ras Hutin. We werkten met de “Beschrijvende Rassenlijst der Akkerbouwgewassen” met daarin de gegevens over o.a. het suikerbietenras Hilleshög. Het ras wat me als 13-jarige al duidelijk aansprak vanwege de kwaliteit. Maar over dit Zweedse ras later meer.

Hier in Zweden kwam ik erachter dat de genenbank IPK in het Duitse Gatersleben dit ras had en dus aangevraagd. Dankzij Chris Hik van de Nederlandse genenbank, het CGN, wel te verstaan. Want hij loodste mij door het Duitse programma.
Waar wij wonen is het niet geschikt om kommercieel suikerbieten te telen. In Skåne, de zuidelijke provincie van Zweden, waars klimaat te vergelijken is met Groningerland. Hier waar wij wonen is het groeiseizoen te kort voor een redelijk grote biet, maar erger nog zijn de voorzomernachten koud. De plant zelf kan daar tegen, maar prikkelt de plant tot vroegtijdige vorming van een bloeistengel; de bietenplant gaat doorschieten. De biet is daarmee waardeloos.
Maar anderzijds moet is vroeg zaaien wil een biet groeien. Hilleshög echter kenmerkt zich door minder op koude te reageren met doorschieten. De schiettolerantie is hoog zoals dat heet.
Waar wij wonen valt de winter vroeg in. Nachtvorst in de herfst is gunstig, omdat het suikergehalte verhoogt. Maar ook al is suiker anti-vries, toch moet, als de prognose luidt dat het overdag ook kan gaan vriezen en mogelijk dagen aanhoudt, de bieten gauw gerooid en naar de aardkelder gebracht of, onder Nederlandse omstandigheden, naar de schuur dansel buiten opgekuild.

Van Jaap Vlaming, die op Texel woont, kreeg ik eens zaad van een Armeense biet. Typisch voor een heel oud ras het “Dual Purpose” karakter. Een mooie lange tapse biet in variërende kleuren en opvallend lekker, maar naast de biet lijkt het bovengrondse deel een fijne Steelbiet of anders gezien een grove snijbiet. En in blad en steel dezelfde kleuren als in Rainbow Chard, het inmiddels al oude mengsel Steelbiet uit de V.S.
Armeense biet heeft alle lichtsterkten in geel en dus veel carotenoïden, dus de diverse vormen van karoteen en daarnaast de rode kleur van anthocyaan. De kleuren die je ook vindt in pollenkorrels.
De groeiomstandigheden in de Kaukasus komen meer overeen met Värmland, waar wij wonen, dan met die van Nederland. De schiettolerantie is daarmee hoog en een vlotte groei in koele zomers. Om die reden kruisde ik de Armeense biet met “m’n” Steel en Snijbiet.

Omdat ik de bijen van harte antioxidanten gun, zodat de dieren minder snel “slijten” in hun ijverige bestaan, kwam het idee in me op om de Hilleshög suikerbiet te verrijken met de genen van de Armeense biet.
Het maakt ook dat we de kleurrijke biet mooier vinden, want het zijn deze kleuren die de anti-oxydanten zijn. Dat is ook de reden dat wij mensen en de overige apen kleuren kunnen zien. In tegenstelling tot bijvoorbeeld reeën of honden. Wij kunnen zien of een vrucht rijp is en instinktmatig willen wij de tomaten, paprika en worteltjes op ons bord. We kunnen namelijk niet voldoende zelf antioxidanten maken en zo gauw we via het eten volop antioxidanten krijgen stopt direct onze eigen aanmaak. Maakte de cavia haar eigen vitamine C, wij halen het uit ons plantaardige eten.
Dus ook een mooie suikerbiet is een welkome aanvulling in de moestuin van een imker. Een rij van 5 meter smÿt al veel bieten op, geniet voor vele kasten.

Dit jaar, 2021, heb ik mooie kruisingsresultaten geoogst, zoals te zien is op de foto. Ik had vroeger kunnen zaaien en dus zijn de bieten klein met het voordeel voor mij dat ik met hetzelfde aantal bieten minder bewaarruimte kwijt ben. En het grote aantal bieten is om inteelt te voorkomen.

De in de winter overwinterde bieten plant ik in April uit, als de vorst -hopelijk- uit de grond is. Aan het einde van de zomer heb ik van deze planten rijp zaad. Het jaar daarop zaai ik dit zaad weer uit tezamen met Hilleshög. Van deze laatste oogst ik daarna alleen het zaad. Hilleshög dient dan als moederplant, terwijl de groep kruisingen, daarnaast geplant, alleen als bestuiver, als vaderplant, dient. Zo wordt het resultaat een echte suikerbiet maar met nu karoteen en anthocyaan zei het niet in die mate als in Steelbiet.
De volgende stap is van iedere biet die ik voor vermeerdering uitzocht nu ook het suikergehalte per biet meeneem. Maar de eerste uitzoeking geschiedt op het uiterlijk. Dus bijvoorbeeld alleen bieten zonder dikke zijwortels ofwel de biet loopt naar beneden toe uit in één penwortel. Verder geen baard van haarwortels aan de zijkant van de biet omdat dit grond vasthoudt na ’t rooien, een biet die smakelijk optrekt, geen groeischeuren, een brede taps-lopende biet enz.
Het gehalte aan karotenen en anthocyaan wil ik niet overdrijven en dus ijver ik voor een biet met slechts een lichte aanstrijking van zowel geel als rood in een biet. Dit omdat ik niet weet hoeveel een bij minimaal of maximaal behoeft.

Het bietensap heeft binnen de rassen een verschillend gehalte aan suiker. Die ligt erfelijk bij Hilleshög heel hoog, maar oogsttijd, bemesting, grondsoort, het weer in het groeiseizoen enz. hebben ook daarop invloed. Net als bij rode bieten, wortelen en kool heeft een beetje zeezout of zeewater een groot gunstig effekt op de bewaarbaarheid en ’t suikergehalte.
Voor het aanmaken van suikers heeft een plant het element Kalium nodig, maar de biet in het algemeen kan als een groot wonder het element Natrium in Kalium omzetten. Naast het Natrium in zeezout geeft men dan gelijk sporen van de spoorelementen als o.a. Borium. En daar alle bieten de Strandbiet als gemeenschappelijke voorouder hebben, verlangt de biet naar mineraalrijkdom van de zee. Met deze “heimwee” dienen we voor de planten altijd rekening te houden.

Suikerbieten bevatten ook eiwitten en zuren. Zo al zo bevatten alle planten oxaalzuur als afvalprodukt van de stofwisseling en de vele planten hopen dit afvalprodukt op tegen te veel vraat van de planteneters als bijvoorbeeld konijnen of slakken. Eet een dier te veel hiervan dan staat het tegen en gaat het naar andere planten zoeken. Dus wel wat vraat maar niet kaal gegraasd. Maar aan de kust is vaak minder vraat dan in het binnenland en zo zijn vele wilde planten van de kust smakelijker voor ons doordat ze of minder bitter zijn of minder stekelig of behaard en de bladeren zijn vaak vleziger. Niet gek dat veel groente een kustplant als voorouder hebben.
Maar hoe zelfs een laag gehalte aan oxaalzuur of andere mogelijke zuren in het bietensap inwerken op de bij, dat weet ik niet.
Dit kan tot de vorming van hydroxmethylfurfural (HMF) leiden en hier zijn bijen heel gevoelig voor.

Bietensap van …% suiker is voor bijen in het voorjaar te laag, dus relatief te waterrijk, wat de bijen belast door het teveel aan vocht te moeten verdampen.
Het is in te denken dat aanlengen met witte suiker of indikken door verhitting van het sap tot het gewenste suikergehalte kan leiden, waarbij ik de voorkeur aan aanlengen geef. Het verhitten staat me tegen. Maar op deze wijze ontvangen de bijen toch de vitale voedingsstoffen.

De Ambrosiusbiet is dus nog in ontwikkeling, maar wel zover klaar voor imkers om ervaringen mee op te doen. Daarbij is het inpassen van dit extra werk even wennen. Telen, oogsten, sapmaken komt er dan bij.

Mij spreekt de autonomie aan en een mooi gewas in de tuin. Heel anders dan de machtige suikerlobby die verantwoordelijk is voor de slechte gezondheidstoestand van de mensheid als totaal en haar doel bereikt door misbruik van psychologie (reklame) en minachting voor demokratie.

Daarom hoop ik dat mensen gebruik maken van dit Open-Source gewas, het een eigen ontwikkeling geven. Door zelf niet alleen de bieten te telen maar ook via zelf-zaadtelen te vermeerderen en aan te passen aan de lokale omstandigheden. De bieten die in jouw tuin het beste groeide en daarvan zaadtelen ís die aanpassing.

Wellicht is er iemand met meer grond die het leuk vindt ook voor andere imkers te telen.
Wat goed is voor de bij is goed voor het Heel-Al.

Ruurd.

*) Heilige Ambrosius van Milaan, geboren 340 te Trier. Beschermheilige van imkerij, gedenkdag 7 december. Bij zijn leven wist hij strijdende partijen te verzoenen door zijn honingzoete redenering. Dat kwam omdat hij als baby in de wieg door bijen honing in de mond kreeg gestopt.

nl_NL
nl_NL