De Bezielde Tuin

Spruitkool

In dit stuk over Spruitkool beschrijf ik een stuk maatschappelijke geschiedenis die zich weerspiegelt in al onze voedingsgewassen. Het is toegewijd aan de zaadvaste rassen, dus rassen die door het volk zijn te vermeerderen.
Moderne rassen zijn kortgezegd eigendom van grote bedrijven en daarmee is de evolutie daarbinnen een doodlopende weg.
Toekomstige voedselvoorziening staat of valt daarmee!

Kool is moeilijk eenvormig te krijgen en dat geldt nog meer speciaal voor spruitkool en dat kon opgelost worden door de methode die tot F1-hybriden leidt. Het begon daarom vooral in dit gewas. Maar met zoals vaak met goede bedoelingen bleek het een prima methode om je ‘eigen’ hybride ras te beschermen. De grondstoffen, de inteeltlijnen, zijn alleen binnen het bedrijf. Op slot! …Marktbescherming heet dat.

Hoe kon dit gebeuren?
Ja wat weerspiegelt wordt vaak het omgekeerde en de waarheid omkeren blijft de makkelijkste leugen. We roepen een Dienst in het leven om rechtvaardig boven kleinzielig eigenbelang te staan. Maar al vrij gauw verandert het dienende karakter van de Dienst in machtsuitoefening. Of; Onze vanzelfsprekende bijdrage aan de totale maatschappij met daarbij een beloning om je te kunnen voorzien in je eigen onderhoud is nu ontaard in dat alles om een hoog salaris gaat en zo is de oogsttijd waarbij kinderen van school thuis moesten blijven om mee te helpen met de oogst tot een luierende vakantie verworden. Ik noem het wel meer omdat het zo symbolisch is nl. dat we vroeger het paard voor de wagen spande maar nu spant men het paard achter de wagen om naar de manege te rijden.
Veel draait er omdat de liefde voor geld groot is. De ziekte geldzucht is tot een pandemie geworden en vanuit ons menszijn is dat niet te keren. De mens is daartoe niet in staat, maar als individu kunnen we veel betekenen om deze armoedige en extreme periode te overbruggen.

 

Spruitkool, Rozenkool, Brusselse Spruitkool

Alle kool is waarschijnlijk in het Noordoostelijke deel van de Middellandse zee ontstaan en vermoedelijk uit een soort Griekse wilde kool, Brassica Cretica. Zelf zou ik, gezien het makkelijk kruisbaar zijn, met de Wilde kool van de Atlantische kust beschouwen als een ondersoort. In zo geval zou de systeemnaam luiden: Brassica oleracea subspecius cretica. Daarbij denk ik dat Collards, Savoyekool, Rode kool, Witte kool, Bloemkool, Broccoli en Koolrabi direkt van de Griekse vorm afstammen maar dat Spruitkool, Mergkool, Eeuwig Moes, Boerenkool en Nervenkool veel Atlantische Wilde kool, Brassica oleracea ssp. oleracea in de voorouders hebben al is hun oorsprong van de Griekse kool.
Daarbij heb ik in Noord-west Frankrijk wilde kool gezien met af en toe lichte kenmerken van gekweekte kool zoals gebobbeldheid van het blad maar niet zo sterk gesavoyd als bij Savoyekool. Zo zijn er ook planten met wat ingesneden blad waar het op het blad van de koolraap lijkt of die van de Westfaalse Nervenkool (Westphälischer fürchenkohl) maar de meeste met heel blad, oningesneden blad. Zoals bij sluitkool (Bijv. Witte kool) èn bij Spruitkool.

De wetenschap denkt gelukkig niet zo rechtlijnig meer dan voorheen waar het evolutie betreft. Vaak denkt men dat iets op een plaats ontstaat en dat alle vormen daarvan afstammen. Bij kool, wortelen, rogge, biet, pastinaak en raapjes kan men verwachten dat een kultuursoort verwilderde en een wilde soort de gekweekte bestoof en dat dit regelmatig in wisselwerking ging of nog gaat. Daarbij kan een vorm, laten we Rode kool nemen, op meerdere plekken zijn ontstaan en wijd uiteen in de tijd. Een deel stierf misschien direkt uit. Zo kreeg ik eens spontaan in de kool Cotswolds Queen, een witte spitse overwinterkool, een dieppaarse plant en zo ontstond eens in het Duitse tuinbouwgebied rond de stad Ulmen uit een vroege Savoye kool, Ulmer frühewirsing, spontaan in één keer een heel dieppaarse plant.

De spruitkool, als we de spruitjes even wegdenken, gelijkt veel op de wilde kool en ook bijv. White Sprouting broccoli, Mergkool, een kool met een lange dik opgezwollen …., die als veevoeder dient en enige vlakbladige, slechts licht gekruld en ingesneden boerenkool rassen uit westelijk Duitsland.

Wat in het Nederlands spruitkool heet, heet het ook in verschillende talen “rozenkool”. Of dit stamt uit de tijd dat de spruiten nog losjes en meer open waren of dat men een rozenknop voor ogen heeft is niet bekend. In de Vlaamse geschriften wordt ook “spryten” genoemd en zelfs in de Romeinse geschriften gaat het in die richting.
Maar haalt men de top uit Boerenkool dan groeit een tijd later op de stam allemaal mini boerenkooltjes. Velen namen verwijzen ook naar Brussel. België heeft een oud en rijk tuinbouw verleden. De vakkundigheid daar, zowel toen als nu, heeft veel goeds voor de wereld voortgebracht.
Naast oude gewassen op kleine gemengde bedrijven en de Warmoeserijen, groente kwekerijen was daar ook hobbymatig veel veredeling van groente bij gegoede burgers die er soms een tuinbaas met arbeiders op na hielden. Dit bracht veel kurieuziteiten op en dat was ook de bedoeling.
Hoewel er veel onwis is over waar en wanneer de spruitkool ontstond, blijft de vraag of dit de harde kogelronde spruiten waren of losse uitlopers van de okselbladknoppen werden bedoeld. Men kan het bijvoorbeeld ook over aardappelspruiten, het uitlopen van een aardappel hebben. In ieder geval werd het eens volop rond Brussel geteeld en werd zo de spruitkool meer bekend onder de naam Brusselse kool.
Voor 1920 werden er in de Nederlandse katalogi vooral de Brusselse hoge en Brusselse lage als ras genoemd met daarna steeds meer rassen als Vroege Groninger, Kennemerroodnerf Bredase, Deventer enz. Daarna selektierassen als Octrooi, Spiraal en Roem van Castricum, maar in de jaren 70 waren de F1-hybride al heel gangbaar.

Veel oude rassen zijn lichtgebobbeld van blad waardoor er wel werd gedacht dat de savoyekool de voorouder was. Toch was er een tendens om van die hoge typen, die snel omvallen,over te gaan op lagere en zelfs lage typen. Dus van 1,20 meter naar 0,5 meter. Daarom zie ik de voorouder eerder een voederkool. Deze voederkolen werden op de akkers geteeld als dubbel doel ‘dual purpose’ ras. Dat wil zeggen men gaf de dieren dit als voer maar bracht het ook naar de keuken voor eigen gebruik. Ook arbeiders met kippen of konijnen teelden toen toen zo kool. Het kan zijn dat de (Brusselse-) spruitkool zoals wij die nu kennen een spontane mutatie was op een van die akkers of arbeiderstuintjes en werd misschien een gegoede burger opmerkzaam en die het op zijn privé kwekerij door de tuinbaas liet verbeteren. Die “landgoedjes” bevonden zich vaak in de buitenwijken. En van Brussel is het bekend dat de gegoede burgers aldaar de spruitjes hoog achtten. Spruitkool is minder produktief dan een savoye kool en is ook arbeids intensief, dus alleen in die kringen, waar men graag zijn verworven nieuwigheden toonde, lijkt mij de meest voor de handliggende verklaring.

Hebben veel spruitkoolrassen iets licht gebobbelde bladeren zoals de Savoye kool, de Maastrichter Sjelk ook wel Bonner- of Endenischer Advent heeft, zo heeft ’t ras Odenser Torv die we op Lönnegård telen heel vlak blad.
Daarbij vermoed ik dat de eerste Deense Spruitkool van het schiereiland Amager komt. Veel groenteteelt van Amager werd later ook op het eiland Fyn geteeld. Op Amager begond de eerste echte groenteteelt van Skandinavië, voordien alleen bij kloosters. En dat begon toen ongeveer 500 Westfriese tuindersgezinnen door koning Christiaan II waren uitgenodigd om zich op Amager te vestigen als tuinder. Vandaar verspreidde zich de teelt en zo zou eens het eiland Fyn de bloementuin van Denemarken worden met als hoofdplaats in het centrum Odense. Maar alles ontstond op Amager.
En zo ging de zaadteelt en de veredeling van zowel bloemen als groente altijd samen.

De mensen die het vak in de vingers hadden door ervaringskennis, informatie uitwisseling, onderzoek en direkt kontakt met de afnermers en konsumenten werden nadien steeds meer vervangen of zelfs via wetgeving buitengesloten door hoog theoretisch geschoolde maar dure mensen. Na ± 1960 was er maar weinig echter vooruitgang in de groenteveredeling en met die dure jongens kwam het fuseren van bedrijven in de mode. Maar vooral zaten alle rassen erfelijk aan hun plafond en dus gaf “genetic engeneering” ongekende mogelijkheden en dus ongekende konsekwenties. Genetische manipulatie, MGO dus, heet nu NGT want met een andere naam kan je de wet omzeilen en dus – zonder velding op de verpakking – mogen de produkten van deze erfelijk veranderde gewassen ook Europa overspoelen.
Als we het vergelijken met hoe het in de chemische industrie ging en nog gaat. Een pesticide die korter mee gaat dan de lengte van de ziektedruk of chemische parfum die maar een halve dag werkt danwel het chemische medicijn dat het lichaam als schadelijk herkent en snel afbreekt, dat vraagt om stoffen die minder snel afbreken ofwel percistenter zijn. Die afleidingen, die derivaten, blijven onafgebroken of heel langzaam afgebroken in bodem, eten en drinkwater. Zo kan een handcrême met natuurlijk een lichtgroene verpakking en de naam en afbeelding van Kamille en hoe goed die wel voor ons is. Bekijk je de inhoud dan begint dat met waar het meeste in het produkt zit. Er volgt dan een hele rij van chemische stoffen waarvan een deel van de mensen duidelijk allergisch voor zijn en aan het einde van de lijst een minuskule hoeveelheid kamille olie of het zelfs uit de kamille chemisch geïsoleerde Azuleen. En als er dan wel erg veel mensen ziek worden door een chemische stof in de crême dan duurt het heel lang tot de overheid reageert en als die dan uiteindelijk hun verantwoordelijkheid hebben genomen geven die de industrie ruim de tijd zich aan te passen terwijl ondertussen mensen ziek worden tussen vervelende uitslag tot ademnood.
Na langdurig en gedegen onderzoek van pesitcides, parfum en medicijnen en wel voor iedere natie afzonderlijk, blijkt het toch uit de handel te moeten worden genomen. We weten van misvormde baby’s, het akelige Multiple Syntatic Allergie, onvruchtbare roofvogel eieren en de massale sterfte van bijen.

De basis van alle nu ons bekende groentevormen, oude en nieuwe rassen, was vooral in de 2e helft van 1800 tot de 1e helft van 1900 gelegd. Daarna werd er over het algemeen geen grote vooruitgang geboekt en werd in Europa het assortiment sterk ingekrompen en dus een smallere erfelijke basis ofwel genetische erosie. Dezelfde mensen die dat met financiële steun veroorzaakten, dit erfelijk verlies, dit beperken van biodiversiteit, zouden daarna met flinke EU-steun de biodiversiteit moeten bevorderen, maar het waren noodleidende partikuliere initiatieven die daar daadwerkelijk wat aan deden en al veel eerder ook.
Zij die dus eerst de biodiversiteit verschraalden moesten nu vanuit hun “Verboden Stad”, hun isolement van de werkelijkheid, nu hetzelfde bevorderen wat een akademikus niet zo gauw zal lukken. In de interviews door journalisten zei ik dan over dit onderwerp “Men laat de dieven op de parels passen”, maar dit werd altijd gecensureerd.

Nieuw! is een toverwoord en bij het lezen van dit woord in de reklame of op de verpakking gaat men er onbewust vanuit dat het daarmee beter is dan het oudere. En het werkt. Misschien is er intensief getest om het produkt minder lang mee te laten gaan en is dat de innovatie en met een andere presentatie met vooral wat men doet voor houdbaarheid, de bijen of klimaat gaat dat er wel in. Dat gelooft men graag. Misschien zat de vernieuwing financieel meer in de reklame ten koste van het eigenlijke produkt.

Omdat veel mensen ver van hun oorsprong leven, niet in overeenstemming met de biologie, niet zoals onze schepper bedoelde, missen veel mensen de echte voldoening. Deze mensen zijn vatbaarder voor Koopziekte. Die willen een auto of zo’n ‘domme’ smart-phone met nog meer speeltjes zodat de digitale ontwikkeling als gevolg van de konsument sneller gaat dan ethiek. Of onze biologische ontwikkeling dat kan bijhouden is maar de vraag en daarbij wereldbedrijven nog wanstaltiger groot, rijk en gevaarlijk maken.

Konkurreren, to Concur, is aanvallen en veroveren om nog machtiger te worden. Dat dient het leven niet. Die ontaarde primitieve drijfveer en veel meer van de kommercie is vergelijkbaar met de psychologie van een populatie bruine rioolratten. En ik bedoel het totale effect van het verworden zijn van die hele business-wereld en niet de mensen op zich die op het laboratorium werken met genetische manipulatie, Round-up helpen maken of in een wapenfabriek werken. Men zal toch binnen het geldende systeem  in diens onderhoud kunnen voorzien. Daarbij kan men met de beste bedoelingen geloven in wat men doet. In ieder gevalmet ons allen onderweg en kunnen we niet zonder elkaar.
Wetend dat ‘het erg’, het onlicht, bestaat is het raadzaam daar verder geen aandacht aan te geven, want dat streelt ‘het erg’. Het gaat erom hoe we de bedreigde schatten veilig te toekonst in kunnen sluizen. Daarvoor schrijf ik dit. Om de kombinatie politiek-kommercie heen.

In de nabije toekomst en ook de oneindige toekomst hebben mensen goed vitaal voedsel nodig. Daarbij bedoel ik niet de miljardenindustrie van gezondheidsprodukten maar het gewone lokaal te telen voedsel. Geen maagvullend eten bedoel ik maar voedsel wat een lichaam opbouwt en onderhoudt. Die de genetische plaque van deze tijd weet weg te werken door o.a. antioxidanten in plantaardig voedsel. Geef je aandacht aan groente dan floreert de groente en de teler, geef je het onlicht aandacht dan groeit het onlicht en word je er deel van. Dus waar je tegen strijdt daar word je een deel van en dit verhevigt alleen maar tot allen zijn moegestreden, de wonden likken en alle zeggen “dit nooit meer” en als we dan alles weer vergeten gaat het weer van voren af aan. Tenzij we uit de cirkel stappen.

Willen we onze voedselgevers zoals groente, zoals spruitkool, de toekomst in dragen dan is het weten hoe het erg, het duister, zich gedraagt nuttig om er daarna geen aandacht aan te geven. Elkaar bevestigen in ieder gesprek van “gelijkgezinden” is alweer aandacht voor het onlicht.
Om het erg te herkennen noem ik er een paar, want ’t schuilt ook in het kleine. We moesten omgekocht met Nieuw! en zo werd er na ruim een halve eeuw van het in de handel komen van de gele biet, Burpee’s Golden beetroot, maar ook de Australische snijbiet de Brightlight Chard deze nog steeds in sommige zaadkatalogi als nieuw aangeboden. Sommige beproefde rassen waar nog veel vraag naar was maar het kwekersrecht ophield werden of worden met een nieuwe naam herdoopt en in de handel gebracht en als nieuw aangeboden. Want – nog steeds – denkt men bij nieuw aan beter.
Zo was er bij veel gebruiksvoorwerpen een door vakmanschap en nauw kontakt met de gebruiker in de loop der tijd een soort optimum bereikt. Niet verder aankomen zou je denken. Maar men vindt als fabrikant dat zij met een nieuwe uitvoering, een nieuw model, moeten komen. Het kan zelfs zo zijn dat dit de opdracht wordt voor een goedkope stagaire. Maar in ieder geval vaak iemand die dat produkt zelf niet gebruikt want dat is af te lezen aan het produkt zelf, zeker bij veel tuingereedschap. Als er dus een optimum was en je innoveert gaat er iets van dat optimum verloren. Bij veel tuingereedschap wordt het houten deel nu vervangen door kunststof. De giftige weekmaker in het plastik verdampt en men weet als producent ook de beperkte leeftijd van het plastik als het aan het U.V.-licht, zonlicht, wordt blootgesteld. De kunststof is al droog en verbrokkelt als het metalen deel nog in takt is. ‘Natuurlijk laat de producent weten dat men aan Duurzaamheid werkt en rekening houdt met het klimaat.’

Eens kocht ik toen ik 18 jaar was een sapcentrifuge van een Duits merk waarvan de naam met een kleur van doen heeft. Wat natuurlijk niet de bedoeling was, ging de sapcentrifuge na intensief gebruik ruim 30 jaar mee. Maar op een dag was dat ineens over en kochten we een nieuw en zelfsprekend van dat merk. Het zou nog beter centrifugeren en dit verbeterde type was geluidsarmer en nog makkelijke schoon te maken. We schrokken toen we het ding gebruikten. In plaats van droge pulp was die nu nat, we kochten oordoppen om te gebruiken tijdens het centrifugeren en het schoonmaken was bemoeilijkt omdat de opvangbak 2 scherpe hoeken had (43°) die met borstel of waterstraal niet schoon werd. Eveneens onhygiënisch was dat het vlies wat op plastik zit in dit geval snel beschadigde waardoor er resten minuskuul achterblijven. Einde sapcentrifugeren!

Er is met dit vorige verhaal een parallel te trekken met de zaadwereld. Gentech geeft voor de bedrijven ongekende mogelijkheden en dus ongekende gevaren. De GMO-technici gebruiken nu de klimaatverandering als argument om hun produkten er door te drukken. Wat ze bedoelen is dat het bedrijf inkomsten nodig heeft en de werkers hun baan willen houden. De ‘goede’ bedoelingen van de kommercie kennen we.

Met het jarenlang telen van oude landrassen, selektierassen, kruizingsrassen en F1-hybride rassen naast elkaar in een edukatief evolutie verhaal in het projekt “De Oerakker” kwam ik tot de ontdekking dat de oudste rassen het minst of zelfs geen last hadden van weersextremen. De hybriden kon ik soms afschaffen na droogte, zandstorm of andere minder gewone weerssituaties.
Ondanks het op kleine schaal telen van de oude landrassen op instituten waarmee er altijd verlies van erfelijke variatie, dus genetische erosie, optreedt waren deze oude rassen veruit sterker en dat is in te denken want ze hebben al een heel lang bestaan gehad met daarin al vele klimaatvariaties. Als in een streek, laten we de Zeeuwse witte tarwe als voorbeeld nemen, veel van een landras werd geteeld en met extreem weer de akker van boer A dat weer beter doorstond dan dat bij de buren, dan kocht men het volgende jaar zaaizaad van boer A of mengde eigen zaaizaad met die van boer A. Als een jaar later een vochtige periode was tijdens de afrijping van de tarwe en de bakkwaliteit voor brood slecht was, behalve bij boer C. Dan kocht men wat zaaizaad bij boer C en mengde dat door het eigen zaaizaad. En zo bleven er meerdere typen bestaan binnen het ogenschijnlijk uiterlijk vrij eenvormige gewas. Daarmee had het een groot aanpassingsvermogen.
De opbrengst van een landras was en is veel lager dan bij de moderne rassen, maar de input was ook veel minder. De bakkwaliteit was beter en vooral de oogstzekerheid van oude rassen was en is nog steeds veel groter.
Met heel goede bedoelingen wilde de landbouwingenieurs de honger uit de wereld door produktieverhoging en dat begon rond de vorige eeuwwisseling. Zeeuwse Witte tarwe (Blé blanc de Flandre) met haar goed bakkwaliteit werd gekruist met het Engelse produktieve ras Squairhead. Het resultaat waren rassen met een mindere bakkwaliteit maar men ging decennia door met deze rassen want met bijmenging van geïmporteerd Frans graan werd het toch weer goede baktarwe.
De honger nam toe, de meeropbrengst ook dankzij meer input. En het werd vooral veevoer en maakte de bio-industrie mogelijk. De schadelijke toegenomen vleeskonsumptie kon gedumpt in het menselijk lichaam terwijl een ander van ons dood ging van de honger. En we hadden een mestoverschot.
Maar het is moeilijk toe te geven ddat wij mensen onze biologische grenzen hebben. Al is er weinig moed in de wereld er is een overmaat aan overmoed in de innovatie-wereld. Nu zie ik dat zich herhalen met Artificial Intelligi. Dronken van onbegrensde mogelijkheden.

Zo begon het ook met de F1-hybriden. Het eerst met de kruidbestuivende gewassen als de Mais, Rogge en Spruitkool. Men zoekt in een populatie (men heeft dus oudere rassen nodig!) diverse exemplaren met speciale eigenschappen uit. Elk individu van de uitverkorene wordt gedwongen tot zelfbevruchting en dit heel lang herhaald. Uiteindelijk is iedere lijn, zo heet dat nu, diep ingeteeld. De erfelijke eigenschappen zijn nu van alle planten in de lijn gelijk. De uniformiteit is hoog maar de vitaliteit is schrikbarend afgenomen. Van de vele lijnen zoekt men de meest passende uit. Die kruist men met elkaar en meteen is het gedegenereerde inteelt effekt doorbroken. Opgelost. Dit heet het heterosis-effekt.
Wil je dit jaarlijks doen en voor een grote opbrengst zaad dan moet één van de 2 lijnen mannelijk steriel zijn. Dat wil zeggen of geen meeldraden hebben of geen kiemkrachtig stuifmeel. Dan weet je dat alle bevruchting van het stuifmeel van de andere lijn komt en dan kan je van beide lijnen een kas vol planten zetten voor een grote oogst. In het klein en met de hand bevruchten is die mannelijke steriliteit niet aktueel.
Waar voor van nature zelfbestuivende gewassen, zoals erwten of bonen inteelt normaal is en zonder nadeel, zo onnatuurlijk en schadelijk is dit voor een kruisbestuivend gewas als Maïs, Rogge en Spruitkool. Voor die mannelijke steriliteit wordt grondig gezocht in een gewas want het is een zelfdzaam verschijnsel. De natuur wilt zo iets niet. Maar mutaties in de erfelijke kode komen voor en meestal in het nadeel zodat het ook vanzelf weer verdwijnt. Zo is er ook heel veel met radioaktieve straling gewerkt om mutaties te veroorzaken. Het resultaat van het kruizen van de inteeltlijnen is de eerste generatie ofwel Filius1 ofwel Hybride F1.

Met deze hiervoor beschreven werkwijze gaat mij tegen de natuurlijke orde in, tegen zoals we het leven kregen, in. De balans van het leven wordt ermee verstoord. Een bedrijf dat een hybride ras kreëert heeft alleen zijn die lijnen en beschikt over het patent daarop. Dus de grondstoffen waren eens gemeenschappelijk goed en dan opeens bezit van een bedrijf.
De evolutie staat dus volledig op slot! En in die primitieve konkurentie-drang overheerst een suksesnummer de markt en drukt al het voorgaande weg. Dat gebeurde èn gebeurt met de zaadvaste rassen.
Genetische erosie en de evolutie op slot dus! Ja, wat een toekomst voor ons allen.

Tegen over alle “synthetische” produkten staan de “zaadvaste” rassen. Bedrijven als het familiebedrijf Rijk Zwaan en Gebr. Broersen (nu Kees Broersen) bewijzen dat je daar ver mee kan komen en hebben hun uniekheid bewaard door niet mee te doen met de fusie-manie, en draaien goed.

Maar voor het overigen zijn veel rassen van groente en akkergewassen onverzorgd. Alle aandacht ging naar de hybride rassen.
De rassen die genenbanken onder hun kundige en goedwillende vleugels hebben, en wat hebben zij een schat bewaard, kunnen per ras maar een kleine oppervlakte inzaaien en ook niet ieder jaar. Dat is een groot verlies aan diversiteit binnen het ras en zo komt een ras ook niet in kontakt met wisselende ziektedruk, weersextremen die per jaar verschillen, enz. Dat kan alleen als men ieder jaar een groot stuk grond met zo’n ras teelt. Maar daar reiken de financiën niet toe. Veel mensen zullen eerder bezorgd zijn over de voetbaluitslag dan over het voortbestaan van een genenbank.

Groentezaadteelt was eens het werk van mensen die het in de vingers hadden. Zaadhandelaren gaven in hun katalogi ruime echte informatie waardoor je rassen kunt vergelijken om een keuze te maken. Als men aangeeft dat het slabonenras Prelude onder vochtige omstandigheden last van het algemene Grauwschimmel (Botrytis) kan krijgen dan maak je alleen een keus voor dit ras als je tuin meer open op de wind ligt en alleen voor de vroege zomerteelt.. Wil je ook slabonen later in het naseizoen en de lucht weer vochtiger is, en een regenbui dus minder snel van de planten opdroogt, dan moet een boon sterk tegen Botrytis zijn evenals een goed weerstand tegen andere schimmel- en bakterieziekten zoals o.a. Vetvlekkenziekte. Voor vroege teelt kies je een ras dat wat kou kan hebben en zo een snelle ontwikkeling geeft wat te begrijpen is, een lagere oogst. Een later ras daarentegen mag zich rustiger ontwikkelen en geeft een grotere oogst maar moet wel bestand zijn tegen de vochtigere omstandigheden in de 2e helft van het jaar.
Teel je op klei waar planten altijd lager blijven dan kies je voor een ras dat wat hoger wordt, daar anders de slabonen op de grond hangen. Op zand of rijkere grond kan je wel voor een lager ras kiezen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden.
Maar een goede keuze kan je alleen maken bij goede informatie, volledige informatie. Met oudere officiële rassenlijsten en oude groentekatalogi kon dat. Met de oudste rassen is de naam al informatief. Wat dacht u van de radijs; Rozenroode, ronde, vroege, kortbladerige met witte punt of de biet Straatsburger lange, bloedrode, donkerbladerige winterbiet.
Later komen er andere namen en als de lijst Griekse- en Germaanse goden dan zijn gepasseerd kan een boon Execution, Voltreffer, Tornado heten. Een biet kan Granaat, Bloody Butcher of Vuurkogel heten. Wat dacht u van het Italiaanse raaigras Adrenaline of de pluksla Drunken Woman of de tuinboon Bulldog en dan is er een slaboon met de naam Automobil en wittekool die Bajonet heet en een witlofras Karate.
De papieren zaadkatalogi en de websites met online bestellen hebben over het algemeen summiere informatie over het ras zelf en vaak is meer dan de helft voedsel-analyse gegevens, dis hoeveel vitamine C in 100 gram kropsla en veel recepten wat je met je groente kan doen. En daar zijn al zo veel sites en boeken en over begaanbaar.
Maar naarmate het woord transparant meer wordt gebruikt, worden de informatiebronnen alleen maar meer ondoorzichtig. In een katalogus van nu voor beroepstuinders staan de rassen strak schematisch naast elkaar maar slechts enkele kenmerken worden genoemd. Bovendien worden die bij het ene ras wel genoemd maar bij een ander beproeft ras niet en dus niet volledig vergelijkbaar. Wat me daar, maar ook bij zaadkatalogi voor amateurtuinders opvalt is dat waar een ziekte gevoeligheid niet wordt genoemd het ras zeer zeker gevoelig is. Ook bij de officiële rassenlijsten van groente- of akkerbouwgewassen zijn verschraald.



… meer tekst onderweg

nl_NL
nl_NL